Yasir de tuktukdriver

7 september 2018 - Negombo, Sri Lanka

Het is tien uur in de ochtend in Negombo, Sri Lanka. We nemen de laatste check door voor India, waar we straks naartoe vliegen. Het land dat met stip op nummer 1 stond voor mij, toen we de reis gingen plannen. Best spannend, want als je maar genoeg leest over India, dan vliegen de waarschuwingen voor scams, onveiligheid en kledingvoorschriften je om de oren. Een cultuurshock, een Delhi-belly, slechte hygiëne en andere kleuren en geuren. En toch, ik kan niet wachten.

Laatste sunset NegomboNegombo is anders dan alle andere, prachtige plekken die we gezien hebben in dit mooie land. Het is rauwer, puurder, minder toeristisch. Tenminste, dat denk ik. Want zo langzamerhand weet ik eigenlijk niet meer wat toeristisch is. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik het misschien wel weet, want ik ben tenslotte zelf toerist, maar een langere tijd op pad op slippers maakt dat je ontdekt van jezelf dat je opzoek gaat naar echtheid in een land. De trekpleisters trekken wel, maar niet zo hard als een magneet waar je naartoe getrokken wordt. Gisteravond wandelden we naar het strand. De lokale bevolking deed dit ook en dat geeft een compleet andere sfeer. Het echte leven, zoals zij dat leven, in optima forma. Het waren heerlijke laatste uurtjes waar de zon zagen zakken in de zee.Laatste sunset Negombo

Om elf uur zou de tuktuk ons van het guesthouse naar het vliegveld brengen. Een trip van drie dagen keken we tegemoet, voordat we goed en wel in Varanasi aan zouden komen. De backpacks werden tussen ons ingezet toen de jongen aankwam rijden en ervaren vouwden we onszelf erbij in. Alles ging op de automatische piloot. Totdat er iets onverwachts gebeurde. Yasir, de tuktukdriver, vroeg waar we vandaan kwamen. ‘Holland’, zeiden we. Nog steeds automatisch. ‘Kijk!’ Zei hij, ‘Dat dacht ik al!’ In het Nederlands. We keken elkaar aan, keken terug naar hem, met een compleet verblufte blik. ‘Sprak hij nou Nederlands?’ zei ik. ‘Jazeker!” zei Yasir, ik heb zeven jaar in Nederland gewoond. Vanochtend zag ik je ook al, toen zei ik goodmorning toen je aan het hardlopen was. Ik heb je wel gezien!’ Ik stamelde terug dat iedereen langs de kant van de weg in Sri Lanka nogal enthousiast is en aanmoedigt als we een dribbeltje doen, dat ik hem niet herkende. Sorry.

Maar de nieuwsgierigheid was gewekt. Yasir heeft van 1997 tot 2004 in Nederland gewoond. In Arnhem en in de buurt van Zwolle. Toen hij vertrok was hij begin twintig. Zijn vader wilde dat hij in een veiliger land dan Sri Lanka op zou groeien, aangezien het destijds oorlog was. Hij vertrok alleen naar Nederland en kwam als vluchteling aan. Zo snel als hij kon werd hij pizzabezorger, zodat hij de stad zou leren kennen. Hij leerde in no time Nederlands en werkte daarnaast in een cafetaria. Glimlachend verteld hij hoe zeer hij genoot van de frikandellen speciaal en de patatjes oorlog. Ironisch genoeg waren we met zijn drieën aan het lachen toen we door hadden hoe grappig en pijnlijk tegelijk het was dat juist Yasir, gevlucht door de oorlog in zijn land, destijds in Nederland patatjes oorlog verkocht.

We spraken over de verschillen in leefgewoontes, hoe zeer hij genoot van Nederland met al zijn regeltjes en hoe bijzonder het was dat hij bij zijn krantenwijk tot zijn enkels in de sneeuw stond, met sokken en handschoenen aan en een echte jas. Dat hij in Nederland niet mocht toeteren, en dat je moest betalen in een parkeerautomaat, terwijl je hier overal je tuktuk neer mag zetten en toeteren een teken is van meedenken, opletten, waarschuwen. Al die regeltjes. Dat vond hij mooi, maar dat zorgde er ook voor dat hij na zeven jaar geen verblijfsvergunning kon krijgen. Want de oorlog was voorbij. Het was veilig genoeg om weer terug te zijn. In augustus 2004 vertrok hij daarom naar Sri Lanka. In oktober 2004 spoelde de Tsunami zijn enige bezit weg en moest hij vechten voor zijn leven. Zwijgend zaten we achterin. We schrokken van zijn verhaal. ‘Hey, ik leef nog!’ Zei hij glimlachend. En ondanks dat ik hier geen goede baan kan vinden, geniet ik van de momenten dat ik even Nederlands kan praten.

Wandelend naar het vliegveld lieten we elkaar weten dat het in India wel goed zou komen met ons. Zou het visum toch niet kloppen, omdat we eerder onze plannen hadden omgegooid, geen probleem. Opletten en openstaan tegelijk in een land waar je zo voor gewaarschuwd wordt? Komt goed. We leven nog en we overleven het wel. Dit is niets in vergelijking met Yasir. India, kom maar op!

Foto’s

6 Reacties

  1. Peter.Kluin:
    9 september 2018
    Goede morgen ,weder om een mooi reisverslag indruk wekkend hoe alles soms samen valt, zo als met de tuck chauffeur .Ik kijk naar het volgende verslag uit

    En veel plezier in india Groetjes Peter
  2. Robin:
    9 september 2018
    Op naar India Phileas Fogg. Have fun.
  3. Jan wolters:
    9 september 2018
    Leuk reisverslag en veel plezier in India. Groetjes Jan en Joke
  4. Janny Abels-Tienkamp:
    9 september 2018
    Dank weer voor jullie mooie verslag.
    Bijzonder dat jullie dan Yasir tegen komen die Nb Nederland kent. Vreselijk dat hij na 2 maanden weer thuis te zijn de Tsunami meemaakt. Wat kan het leven oneerlijk zijn.
    Jullie goede reis naar India!
    Groet, Janny en Wim
  5. Karla:
    9 september 2018
    Met veel plezier gelezen weer! Wat een avontuur. Trots en een tikkie jaloers. 😜
  6. Gerda:
    10 september 2018
    Wat een prachtig verhaal. Mooi om te lezen. Verder naar jullie volgende avonturen. Groetjes 👋🏻